Onderwijsconcept

Binnen ons onderwijs staan de kernvakken en de zaakvakken centraal. We geven onderwijs in deze vakken met behulp van recente en moderne methodes die voldoen aan de kerndoelen. De zaakvakken worden thematisch aangeboden in de hele school. Verdere informatie over de vakken en de methodes vindt u in de schoolgids.

Het kind staat voor ons voorop. Om een kind tot zijn recht te laten komen sluiten wij aan bij de onderwijsbehoefte van het kind. De leerstijlen van Dunn en Dunn zetten wij in naast de basis van het onderwijs.

De uitgangspunten van deze leerstijlen zijn: alle kinderen kunnen leren, iedereen heeft een individuele voorkeur hoe het beste kan worden geleerd en er zijn twee effectieve wijzen waarop kinderen instructie nodig hebben.

Zij noemen diverse factoren die van grote invloed zijn op het leren:

1)     omgevingsfactoren

2)     emotionele factoren

3)     sociale factoren

4)     fysiologische factoren

5)     psychologische factoren

Hoe zien we dit terug binnen ons onderwijs?

Onze omgeving (klaslokaal) is ingericht met diverse leerplekken. Kinderen kunnen er voor kiezen om aan een grote groepstafel te werken, aan een tafel alleen, op een rustige plek, zoals bijv. op de gang of samen met een ander kind op een plek voor twee.

In de groepen werken we met een kennismuur, aansluitend bij thema en/of zaakvakken. Op de kennismuur staan minimaal 5 kernvragen over het thema centraal, de kennismuur wordt opgebouwd door de kinderen. Woordenschatonderwijs is een belangrijk onderdeel binnen de kennismuur. Bij ieder thema worden specifieke woorden aangeboden en geleerd.

Op het gebied van de emotionele factor hebben we een aangepast instructiemodel, de introductie van (nieuwe) lesstof heeft als doel de motivatie van de kinderen te vergroten en te zorgen voor betrokkenheid. Structuur is van essentieel belang om onderwijs vorm te geven. Het biedt de kinderen veiligheid en vertrouwen. Het welbevinden van kinderen staat voorop. Een kind wat zich niet lekker voelt op school en onveilig is kan niet tot leren komen.

Kinderen kunnen bij ons op school kiezen met wie ze de stof willen verwerken.

Dit kan zijn samen met meerdere kinderen, met de juf of meester, met een klein groepje of alleen.

Bij sommige opdrachten zal de leerkracht beslissen welke vorm er ingezet wordt.

De fysiologische factoren brengen we aan in de verwerking. Nieuwe lesstof, maar ook herhalingsstof, wordt verwerkt door de 4 leerstijlen zoals die door Dunn en Dunn zijn uitgewerkt:

1)         leren met je ogen

2)         leren met je oren

3)         leren met je lichaam

4)         leren met je handen

Binnen de school, in de gang en in de aula hebben we ruimte gecreëerd om te leren door te bewegen. Beweging is voor (jonge) kinderen een activiteit die onmisbaar is voor hun cognitieve ontwikkeling.

*Bijvoorbeeld een spellingsles:

Leren met je ogen; je schrijft de woorden over in je schrift

Leren met je oren; een ander kind leest de woorden voor en je schrijft ze op

Leren met je lichaam; op een lettermat spring je het woord door van letter naar letter te springen

Leren met je handen; door middel van een flip chute spellingkaartjes in te zetten met de goede spellingsvorm.

De laatste factor: de psychologische is wederom herkenbaar in ons instructiemodel. We zien kinderen die het liefst meteen aan het werk gaan, zij leren door te doen en dan bij te stellen. Zij hebben behoefte aan een globale, prikkelende uitleg. Andere kinderen vinden het prettig dat de leerkracht stap voor stap de lesstof uitlegt en herhaald. Zij zijn meer analytisch ingesteld. Denkt u hierbij aan het lezen van een gebruiksaanwijzing, de een leest hem door van A tot Z en een ander begint zonder ook maar een woord gelezen te  hebben. Tijdens de instructie houden wij hier rekening mee.